
Kinderopvang voor pleegouders: een farce van discussie in plaats van daadkracht
Het kabinet gaat verder met zijn plannen voor het bijna gratis maken van de kinderopvang voor kinderen met werkende ouders. In Nederland spreken we daar al jaren over. Het idee erachter? Toegankelijkheid vergroten en ouders ondersteunen in werk en zorg. Maar terwijl dit al tijden op de politieke agenda staat, blijkt het regelen van kinderopvangkosten voor pleegouders een ware bureaucratische worsteling. Een recente gerechtelijke uitspraak maakt dit pijnlijk duidelijk: een pleegzorgorganisatie is verplicht kinderopvangkosten te vergoeden, wat leidt tot financiële druk bij pleegzorgaanbieders. Maar in plaats van een snelle oplossing blijven gemeenten en het Rijk steken in eindeloze discussies over geld en verantwoordelijkheden.
Pleegouders: een extra stap voor de samenleving
Pleegouders vervullen een cruciale rol in de samenleving. Zij bieden een veilig thuis aan kinderen die – om welke reden dan ook – niet bij hun biologische ouders kunnen opgroeien. Dit is geen lichte opgave. Pleegkinderen hebben vaak extra zorg en aandacht nodig. Toch worden pleegouders, in tegenstelling tot reguliere ouders, niet automatisch gecompenseerd voor kinderopvangkosten. Hoe wrang is dat? We verwachten dat mensen hun hart en huis openstellen, maar als zij kinderopvang nodig hebben om dit mogelijk te maken, is er ineens geen duidelijk systeem om deze kosten te vergoeden.
De gerechtelijke uitspraak: rechtvaardigheid zonder financiële dekking
De rechtbank Noord-Holland heeft bepaald dat kinderopvangkosten onder ‘bijzondere kosten’ vallen, wat betekent dat pleegzorgaanbieders deze moeten vergoeden. Dit is een principieel juiste uitspraak: pleegouders moeten kunnen rekenen op dezelfde ondersteuning als andere ouders. Maar de praktijk is weerbarstig. Gemeenten zijn niet bereid de pleegzorgvergoedingen te verhogen of deze kosten direct te vergoeden, waardoor pleegzorgaanbieders in financiële problemen dreigen te komen.
Het is bizar dat in een land waar al jaren wordt gesproken over het bijna gratis maken van kinderopvang, pleegouders nog steeds moeten vechten voor een vergoeding. Als we het voor deze groep – die al een extra stap zet voor de samenleving – niet kunnen regelen, is dat een farce.
Wie gaat de rekening betalen?
De financiering van pleegzorg loopt via gemeenten, die moeten werken binnen krappe budgetten. In tijden van financiële tekorten (het beruchte “ravijnjaar”) trekken gemeenten niet zomaar de portemonnee. Dit leidt tot een patstelling: pleegzorgorganisaties zijn wettelijk verplicht om kinderopvangkosten te vergoeden, maar krijgen daarvoor geen extra geld van gemeenten. En dus blijft de discussie hangen tussen pleegzorgaanbieders, gemeenten en het Rijk.
Ondertussen is de pleegzorgorganisatie in hoger beroep gegaan in de hoop dat pleegouders onder de Wet kinderopvang vallen. Dat zou betekenen dat ze recht hebben op kinderopvangtoeslag, waardoor de kosten niet bij pleegzorgorganisaties of gemeenten terechtkomen. Maar waarom moet het zover komen? Waarom is er geen landelijke regeling die dit probleem bij de kern aanpakt?
Een structurele oplossing is nodig
Er zijn verschillende stappen nodig om deze impasse te doorbreken:
- Duidelijkheid vanuit het Rijk: Het ministerie van VWS moet heldere kaders stellen over de vergoeding van kinderopvangkosten voor pleegouders. Dit kan door pleegouders expliciet onder de Wet kinderopvang te laten vallen.
- Gemeentelijke verantwoordelijkheid: Gemeenten moeten erkennen dat pleegzorg een publieke verantwoordelijkheid is en kinderopvangkosten structureel opnemen in hun financieringsmodel.
- Betere afspraken met pleegzorgorganisaties: Contracten en tarieven moeten worden herzien zodat pleegzorgaanbieders niet financieel klem komen te zitten door gerechtelijke uitspraken zonder bijbehorende financiering.
Minder praten, meer doen
We kunnen niet blijven vasthouden aan (dure) bureaucratische schermutselingen terwijl pleegouders de dupe zijn. Kinderopvangkosten vergoeden voor pleegouders zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn, geen onderwerp van eindeloze debatten. Laten we stoppen met discussiëren en beginnen met oplossen. Want als Nederland kinderopvang écht toegankelijk wil maken, dan moet dat zeker gelden voor de mensen die zorgen voor de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving.
Informatie uit de Handreiking Tarifering en Inkoop Pleegzorg (2023)
De Handreiking Tarifering en Inkoop Pleegzorg (2023) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) biedt richtlijnen voor de financiering van pleegzorg. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen:
- Basisbedrag: Een dagelijkse vergoeding voor pleegouders, variërend op basis van de leeftijd van het pleegkind. Dit bedrag dekt reguliere kosten zoals voeding, kleding en deelname aan maatschappelijke activiteiten.
- Toeslagen: Aanvullende vergoedingen in specifieke situaties, zoals:
- Crisissituaties: Voor plaatsingen met spoed.
- Meerdere pleegkinderen: Vanaf het derde pleegkind.
- Pleegkinderen met beperkingen: Bij verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke beperkingen.
Deze toeslagen zijn bedoeld om extra kosten in dergelijke situaties te compenseren.
- Bijzondere kosten: Kosten die niet door het basisbedrag of toeslagen worden gedekt en die pleegouders maken ten behoeve van het pleegkind. De handreiking bevat een niet-limitatieve lijst van veelvoorkomende bijzondere kosten.