
Waarom wel voor de Wmo en Jeugdwet, maar niet voor de Zorgverzekeringswet?
In Nederland geldt een bijzondere regel: wanneer je via de huisarts naar een specialist wordt doorverwezen, is een simpel verwijsbriefje vaak al voldoende om zorg te ontvangen. De specialist is daarna niet verplicht om een beschikking af te geven voor de te leveren zorg. Dit betekent dat je zonder administratieve rompslomp geholpen wordt en de zorgkosten rechtstreeks via de Zorgverzekeringswet worden vergoed.
Maar als je hulp nodig hebt via de Jeugdwet of de Wmo, ziet het plaatje er ineens heel anders uit. Dan moet de gemeente eerst een beschikking afgeven waarin exact staat welke zorg je krijgt, hoeveel, voor hoelang en bij welke aanbieder. Pas daarna kun je hulp ontvangen.
Waarom dat verschil?
De absurde administratieve drempel
Het is merkwaardig dat specialistische zorg via de zorgverzekeraar zonder beschikking kan worden verleend, terwijl gemeentelijke zorg via de Wmo en Jeugdwet gebonden is aan uitgebreide beschikkingstrajecten. Dit heeft een aantal nadelen:
- Onnodige bureaucratie: Het aanvragen van een beschikking is vaak een tijdrovend proces. Er moet een keukentafelgesprek plaatsvinden, waarna een rapport wordt opgesteld en een beschikking wordt afgegeven. Al deze stappen kosten tijd en geld.
- Ongelijkheid in toegang tot zorg: Terwijl patiënten voor medische zorg snel terecht kunnen bij een specialist, moeten mensen die afhankelijk zijn van Wmo of Jeugdzorg vaak lang wachten totdat de gemeente een beschikking afgeeft.
- Inconsistente regelgeving: Het verschil in aanpak suggereert dat zorg geleverd onder de Zorgverzekeringswet per definitie noodzakelijk en gerechtvaardigd is, terwijl dat bij Wmo en Jeugdzorg telkens opnieuw bewezen moet worden. Dit is vreemd, want beide systemen worden gefinancierd uit publieke middelen.
Waarom dit onderscheid?
De reden ligt in de verschillende financieringsstromen en politieke keuzes.
- Zorgverzekeringswet: Hier is gekozen voor een marktmodel waarbij zorgverzekeraars contracten afsluiten met zorgaanbieders en verantwoordelijk zijn voor de kostenbeheersing. Er is daardoor minder behoefte aan een gedetailleerde beschikking, omdat zorgverzekeraars de controle achteraf doen.
- Wmo en Jeugdwet: Bij de Wmo en Jeugdwet ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten. Zij moeten verantwoorden waar het geld naartoe gaat en hanteren, daartoe door de wet verplicht, daarvoor een gedetailleerd beschikkingsproces. Dit proces moet ervoor zorgen dat zorg doelmatig en rechtmatig wordt ingezet.
Maar de vraag blijft: Is dit verschil gerechtvaardigd?
Valse zekerheid en overregulering
De gedachte achter beschikkingen in de Wmo en Jeugdwet is dat ze misbruik en onnodige kosten moeten voorkomen. Maar in de praktijk leidt het vooral tot bureaucratische vertraging en hoge administratieve kosten voor gemeenten én aanbieders. Bovendien is het een illusie dat deze beschikkingen voor betere zorg zorgen.
Want wat zeggen die beschikkingen nou eigenlijk?
- Ze omschrijven wat er geleverd moet worden (bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of jeugdbegeleiding) en in welke hoeveelheid.
- Maar ze zeggen niets over de kwaliteit van de zorg of het resultaat voor de cliënt.
Dit creëert een vals gevoel van controle en veiligheid. Het gaat om vinkjes zetten en verantwoording afleggen, in plaats van om échte kwaliteit en maatwerk.
Een oproep tot herziening
De vraag is of we deze beschikkingsfetisj nog langer moeten handhaven. Zou het niet veel logischer zijn om het proces voor Wmo en Jeugdwet meer te laten lijken op dat van de Zorgverzekeringswet?
- Minder bureaucratie, meer vertrouwen: Waarom zouden we niet ook voor de Wmo en Jeugdwet kunnen werken met lichte verwijzingen in plaats van uitgebreide beschikkingen? Dit vermindert administratieve lasten en maakt sneller hulp mogelijk.
- Controle achteraf in plaats van vooraf: Net zoals zorgverzekeraars achteraf controleren of de zorg rechtmatig en doelmatig is geleverd, zou dit ook bij Wmo en Jeugdzorg kunnen gebeuren. Hierdoor komt er meer ruimte voor maatwerk en flexibiliteit in de zorg.
- Consistentie in het zorgstelsel: Door voor alle zorgsoorten een vergelijkbare systematiek te hanteren, ontstaat een eerlijker en transparanter systeem. Dit voorkomt dat mensen in de Wmo of Jeugdzorg onnodig lang moeten wachten op hulp.
Conclusie: tijd voor een gelijkschakeling van zorgsystemen
Het huidige systeem zorgt voor een ongelijke toegang tot zorg, afhankelijk van welke wetgeving van toepassing is. Waar de Zorgverzekeringswet vertrouwt op medische professionaliteit en efficiënte verwijzingen, zitten Wmo en Jeugdwet vast in een moeras van beschikkingen en bureaucratie.
Het is tijd om dit beschikkingscircus te herzien. Door te kiezen voor vertrouwen, maatwerk en efficiëntie kunnen we het verschil maken voor cliënten die nu onnodig moeten wachten op de zorg die ze nodig hebben.
Want uiteindelijk gaat het om zorg op het juiste moment, op de juiste plek en voor de juiste mensen – zonder overbodige bureaucratie.
En intussen… omgaan met verplichte beschikkingen
En intussen hebben wij te maken met vigerende wet- en regelgeving, die gemeenten verplicht om een beschikking af te geven voor hulp en ondersteuning onder de Wmo en Jeugdwet. Lastig, maar waar. Het is belangrijk om helder te zijn over de juridische aard van een besluit. Als een gezin bezwaar kan maken tegen een besluit, dan is het juridisch gezien een beschikking – ongeacht hoe we het noemen.
Onverlet het voorgaande pleidooi om het beschikkingscircus te verminderen, moeten we er ook niet meer van maken dan het is.
Een beschikking als bevestiging van een goede afspraak
Wanneer de beschikking voortkomt uit een goed overleg waarin de inwoner centraal stond, is het vaak slechts een bevestiging van een gezamenlijke afspraak. In zo’n geval leidt de beschikking niet tot bezwaar, maar biedt het juist duidelijkheid en transparantie. Door het besluit op te nemen in de schriftelijke bevestiging van de afspraak, voorkom je extra administratieve lasten en blijft het proces overzichtelijk.
Daarnaast helpt het om de beschikking in begrijpelijke taal te schrijven, afgestemd op de leefwereld van de inwoner. Geen juridische vaktaal, maar een duidelijke uitleg van wat het besluit inhoudt, wat iemand kan verwachten en wat de volgende stappen zijn. Dat maakt de inhoud klip en klaar en verkleint de kans op misverstanden.
Bezwaarsignaal als uitnodiging voor dialoog
Mocht je vrezen dat een beschikking tot bezwaar leidt, dan is dat een signaal dat er in het overleg nog geen volledige overeenstemming is bereikt. In dat geval is het verstandiger om opnieuw het gesprek aan te gaan, zodat iedereen zich gehoord voelt en er een gedragen besluit ontstaat. Een bezwaar is immers vaak het gevolg van onduidelijkheid of een gevoel van onrecht. Door het gesprek te heropenen en de zorgen serieus te nemen, kun je samen tot een oplossing komen zonder dat het tot een formele bezwaarprocedure hoeft te komen.
Kortom, hoewel we in het huidige systeem nog met beschikkingen moeten werken, kunnen we wel mensgerichte en efficiënte keuzes maken in de manier waarop we dit doen. Zo maken we van een juridisch document een hulpmiddel voor duidelijke communicatie en heldere afspraken – precies zoals het bedoeld is.