
Tijd voor een omkering in het sociaal domein?
Het persoonsgebonden budget (PGB) werd in 1995 ingevoerd met een duidelijke doelstelling: mensen met een langdurige zorg- of ondersteuningsbehoefte meer regie geven over hun eigen leven. De gedachte was simpel en krachtig: wie afhankelijk is van zorg, zou zelf moeten kunnen bepalen hoe en door wie die zorg wordt geleverd.
In de daaropvolgende decennia is echter een tegengestelde beweging zichtbaar geworden. Gemeenten ontmoedigen steeds vaker het gebruik van PGB en sturen mensen richting zorg in natura (ZIN). Bij ZIN worden vooraf gestandaardiseerde zorgpakketten en producten aangeboden via gecontracteerde zorgaanbieders, waardoor keuzevrijheid en maatwerk onder druk komen te staan. Dit roept de vraag op: moeten we deze trend niet juist omkeren?
Zelforganisatie als uitgangspunt
De gedachte achter de decentralisaties in het sociaal domein was juist dat gemeenten en zorgaanbieders beter maatwerk kunnen leveren, afgestemd op de behoeften van inwoners. Maar in de praktijk is dit maatwerk vaak ondergeschikt geraakt aan bureaucratische systemen en contractuele afspraken tussen gemeenten en zorginstellingen.
Daarom ligt het voor de hand om te onderzoeken of we PGB niet juist opnieuw moeten omarmen als een gangbare manier om zorg en ondersteuning te organiseren. Dit idee sluit aan bij recente inzichten van onder andere hoogleraar Marcel Canoy (Zet de informele zorg voorop)en Peter Paul Doodkorte (Doe het lekker zelf!), die pleiten voor een fundamentele verandering: niet de formele zorg moet leidend zijn, maar de informele zorg en de eigen kracht van mensen zelf.
Wat als we de financieringssystematiek van noodzakelijke ondersteuning en zorg omdraaien? In plaats van dat mensen een eigen bijdrage betalen voor hun zorg, zou de overheid een bijdrage leveren aan het zorgplan dat de inwoner zelf opstelt. Dit plan kan tot stand komen met ondersteuning van onafhankelijke cliëntondersteuners en omvat:
- Wat iemand zelf kan organiseren (bijvoorbeeld met hulp van mantelzorgers of vrijwilligers).
- Wat het sociale netwerk kan betekenen (bijvoorbeeld buren, familie of lokale initiatieven).
- Wat aanvullend nodig is vanuit professionele zorg en overheid.
In bijzondere situaties kan via een hardheidsclausule worden vastgesteld dat de overheid meer moet bijdragen dan normaal afgesproken, zodat niemand tussen wal en schip valt.
Voordelen van deze aanpak
Door deze omkering kunnen verschillende voordelen worden gerealiseerd:
Meer regie voor inwoners
- Mensen bepalen zelf hoe zij hun zorg en ondersteuning organiseren, in plaats van te moeten kiezen uit vooraf vastgestelde ‘producten’. Dit vergroot hun autonomie en tevredenheid.
Gerichte ondersteuning in plaats van bureaucratische controle
- Gemeentelijke toegangsteams en consulenten hoeven zich niet langer te verliezen in complexe toetsingsprocedures en administratieve lasten. In plaats daarvan kunnen zij zich richten op de vraag of de geleverde zorg daadwerkelijk werkt en bijdraagt aan de kwaliteit van leven.
Minder complexe inning van eigen bijdragen
- Door het systeem om te draaien, verdwijnt de noodzaak van ingewikkelde inning van eigen bijdragen. De overheid financiert de ondersteuning en zorg direct op basis van het door de inwoner opgestelde plan.
Flexibele zorg die echt nodig is
- Mensen krijgen geen standaardpakket aangeboden, maar de ondersteuning en zorg die écht nodig is. Dit voorkomt verspilling en draagt bij aan een efficiënter zorgsysteem.
Tijd om de bedoeling te herstellen
Het idee dat inwoners zelf de regie moeten hebben over hun zorg en ondersteuning is in essentie niet nieuw. Sterker nog, het was precies dé bedoeling van de decentralisaties in het sociaal domein. Gemeenten kregen meer verantwoordelijkheid zodat zij, dichter bij de inwoners, maatwerk konden leveren en ondersteuning konden organiseren op basis van wat mensen écht nodig hebben.
Toch zien we vandaag de dag dat dit principe niet volledig tot zijn recht is gekomen. In plaats van een fundamentele omkering – waarbij de inwoner centraal staat en de overheid ondersteunend is – hebben we geprobeerd de bedoeling van de decentralisaties uit te voeren binnen de bestaande juridische en organisatorische kaders van vóór die decentralisaties. Hierdoor bleef de praktijk grotendeels hetzelfde:
- Gemeenten sturen inwoners richting zorg in natura (ZIN), waarbij zij zorg inkopen bij gecontracteerde aanbieders.
- PGB wordt ontmoedigd, terwijl dit juist een instrument had moeten zijn om de keuzevrijheid van inwoners te vergroten.
- De focus ligt nog steeds sterk op controle en verantwoording in plaats van op maatwerk en werkelijke effectiviteit van zorg.
De oorspronkelijke bedoeling uitvoeren
De oplossing ligt niet in nóg meer beleid of nóg strengere regels, maar in het herstellen van de oorspronkelijke bedoeling van de decentralisaties. Dat betekent:
- Echte zelforganisatie faciliteren
Inwoners kunnen en mogen primair zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun zorg en ondersteuning. Dit vraagt om een systeem waarin zij, met ondersteuning van onafhankelijke cliëntondersteuners, zelf een plan opstellen dat aansluit op hun situatie.
- Van ‘zorg als product’ naar ‘zorg als ondersteuning’
Niet de bureaucratie, maar de vraag of de juiste zorg daadwerkelijk wordt geleverd, moet leidend zijn. Gemeenten en zorgaanbieders moeten inwoners helpen bij het realiseren van een duurzaam plan, zonder hen in een keurslijf van standaardoplossingen te dwingen.
- Een omkering in financiering
In plaats van een systeem waarin inwoners een eigen bijdrage betalen voor zorg, draagt de overheid bij aan het door hen opgestelde zorgplan. Dit voorkomt niet alleen bureaucratische rompslomp, maar zorgt er ook voor dat zorg en ondersteuning écht passend is.
- Focus op effectiviteit in plaats van controle
Gemeenten moeten niet langer primair beoordelen of iemand recht heeft op een specifieke vorm van zorg, maar of de ondersteuning daadwerkelijk bijdraagt aan iemands welzijn en zelfstandigheid. Toegangsteams kunnen daardoor veel gerichter werken en zich bezighouden met wat écht telt.
Waarom nu?
De huidige discussie over de financiering van de Jeugdwet en de Wmo – waarin bij de Wmo een inkomensafhankelijke bijdrage opnieuw wordt overwogen – laat zien dat ons zorgstelsel in beweging blijft. Dit biedt kansen om de discussie fundamenteel te voeren: hoe richten we ondersteuning en zorg zo in dat het écht aansluit bij wat mensen nodig hebben?
Door het proces in lijn te brengen met de oorspronkelijke bedoeling van de decentralisaties, kunnen we alsnog de échte omkering realiseren. Laten we dat momentum benutten. Wat is er nodig om dit mogelijk te maken? Welke drempels moeten we overwinnen? Laten we samen verkennen hoe we de ondersteuning en zorg kunnen hervormen in lijn met de oorspronkelijke visie.
Tijd voor een open gesprek
Dit idee vraagt om een brede dialoog tussen inwoners, zorgverleners, gemeenten en beleidsmakers. Is het realistisch? Waar zitten mogelijke knelpunten? En hoe kunnen we deze drempels overwinnen?
Ik nodig iedereen uit om samen na te denken over hoe we de ondersteuning en zorg opnieuw binnen het sociaal domein opnieuw kunnen vormgeven. Hoe zorgen we ervoor dat de regie echt terugkomt bij de mensen zelf? Deel je gedachten en ervaringen, en laten we samen de mogelijkheden van deze omkering verkennen!