In mijn rol als regioadviseur mag ik bijdragen aan twee bijzondere programma’s: het Nationale Actieprogramma Dakloosheid en het programma Eerst een Thuis. Deze initiatieven hebben een ambitieus en hoopvol doel: dakloosheid in Nederland voorkomen, verminderen en duurzaam oplossen. Ze zetten in op een aanpak waarin een stabiele woonsituatie centraal staat, omdat een huis de basis is voor herstel, ontwikkeling en deelname aan de samenleving.

Ik ondersteun de doelstellingen van deze programma’s van harte. Toch zie ik ook de immense uitdagingen waar alle betrokken partijen voor staan. Ondanks de inspanningen voelt het soms alsof we, net als Don Quichot, vechten tegen windmolens. Veel van de huidige acties richten zich noodgedwongen op het bestrijden van symptomen, terwijl de belangrijkste randvoorwaarde voor succes – een toereikende en toegankelijke woningmarkt – onvoldoende wordt aangepakt.

In een aantal artikelen wil ik stilstaan bij deze paradox: hoe kunnen we ambitieuze programma’s als deze tot een succes maken zonder de woningmarkt écht in beweging te krijgen? Ik deel inzichten, inspirerende voorbeelden uit binnen- en buitenland, en gedachten over hoe we samen de vicieuze cirkel kunnen doorbreken. Want zonder voldoende huizen blijft een thuis voor velen helaas een verre droom.

Het programma Eerst een Thuis biedt kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen, de kans om vanuit een stabiele woonsituatie weer grip op hun leven te krijgen. Het idee is krachtig: een veilige basis is essentieel om problemen zoals schulden, verslaving of mentale gezondheidsklachten aan te pakken. Maar hoe kan dit programma slagen als de Nederlandse woningmarkt vastloopt? Zonder voldoende beschikbare en betaalbare woningen blijft het concept een utopie.

De woningcrisis is in Nederland niet alleen een sociaal probleem, maar raakt ook het klimaat en de samenleving als geheel. Uitstel van bouwactiviteiten vanwege stikstofregels en andere belemmeringen dreigt op lange termijn schadelijker te zijn dan doorpakken. Om écht verandering te realiseren, kunnen we leren van inspirerende voorbeelden uit het buitenland en moeten we erkennen dat een woning meer is dan een dak boven je hoofd – het is de basis van een menswaardig bestaan.

De stikstofmaatregelen vertragen in Nederland veel bouwprojecten of leggen ze stil. Hoewel de noodzaak van natuurbehoud onbetwist is, heeft uitstel van woningbouw ook negatieve effecten op het klimaat en de samenleving.

  • Verstedelijking en verduurzaming: Nieuwe woningen zijn doorgaans duurzamer dan bestaande bouw. Door uitstel blijven mensen in oudere, minder energiezuinige woningen wonen, wat leidt tot hogere CO₂-uitstoot. Versnelling van woningbouw biedt juist kansen om met innovatieve technieken de voetafdruk te verkleinen.
  • Sociale druk en dakloosheid: Het tekort aan betaalbare woningen leidt tot meer dakloosheid en druk op opvanglocaties. Mensen zonder vaste woonplek hebben vaak minder toegang tot zorg en werk, wat sociale ongelijkheid versterkt.

De woningcrisis raakt dus niet alleen de directe slachtoffers, maar heeft ook bredere maatschappelijke gevolgen.

Om de Nederlandse woningmarkt in beweging te krijgen, zijn er inspirerende voorbeelden uit het buitenland die laten zien dat innovatie en daadkracht essentieel zijn.

  • Community Land Trusts (CLTs) – Verenigde Staten en Verenigd Koninkrijk

In steden als Londen en Boston beheren CLTs stukken grond, waardoor woningen betaalbaar blijven. Dit model kan ook in Nederland werken, vooral in stedelijke gebieden waar grondprijzen hoog zijn. Gemeenten en woningcorporaties kunnen samenwerken om deze gemeenschapsmodellen te realiseren.

  • Modular Housing – Canada en Finland

Modulaire woningen, die in fabrieken worden gebouwd en snel op locatie worden geplaatst, bieden een oplossing voor acute woningnood. In Finland worden modulaire huizen ingezet om daklozen snel te huisvesten, terwijl ze in Canada betaalbare woonopties creëren voor starters en gezinnen.

  • Rent-to-Own – Singapore en Canada

Het Rent-to-Own-model geeft huurders de kans om een deel van hun huur te gebruiken als aanbetaling voor een woning. Dit model helpt mensen met een lager inkomen om op termijn eigenaar te worden van hun huis, wat ook in Nederland kansen biedt.

  • Build-to-Rent – Australië

In Australië wordt specifiek gebouwd voor langetermijnhuurders. Dit model zorgt voor een kwalitatief aanbod van huurwoningen, gericht op stabiliteit en gemeenschapsvorming. Voor Nederland kan dit een oplossing bieden voor het tekort in het middensegment.

Eerst een Thuis draait om het bieden van een stabiele woonbasis, maar dit programma heeft alleen kans van slagen als er voldoende woningen zijn. Zonder voldoende doorstroming blijven kwetsbare groepen in opvangcentra, wat duurder en inefficiënter is dan directe huisvesting.

  • Voorkomen van maatschappelijke kosten: Langdurige opvang is duur en onhoudbaar. Het bouwen van meer woningen vermindert de druk op opvanglocaties en bespaart kosten op lange termijn.
  • Stimuleren van inclusieve gemeenschappen: Inspirerende projecten zoals co-housing en CLTs laten zien dat gemeenschappen sterker worden wanneer er aandacht is voor samenleven. Dit biedt niet alleen woningen, maar ook sociale ondersteuning.
  • Klimaatvriendelijke oplossingen: Door versneld te bouwen met duurzame materialen en technieken, kunnen nieuwe woningen bijdragen aan een lager energieverbruik en een kleinere ecologische voetafdruk.

De Nederlandse woningmarkt heeft actie nodig. Programma’s zoals Eerst een Thuiskunnen alleen slagen als de overheid de woningmarkt in beweging brengt. Inspirerende voorbeelden uit het buitenland tonen dat oplossingen mogelijk zijn, mits er lef en visie is.

Het is tijd om de balans te vinden tussen natuurbehoud en woningbouw, en te erkennen dat uitstel niet langer een optie is. Een duurzame woningmarkt is niet alleen een sociale noodzaak, maar ook een kans om het klimaat en de samenleving vooruit te helpen. Want pas als iedereen een thuis heeft, kunnen we écht bouwen aan een betere toekomst.