
De rietstengel
Eens vroeg de oceaan aan de rivier: “Hoe komt het eigenlijk dat je in de regentijd zoveel enorme boomstammen met je meevoert, maar helemaal geen gras, geen rietstengel en geen rietpluimen? Vind je ze te min voor je omdat ze zwak zijn en zo weinig weerstand bieden? Of, hoe zit dat eigenlijk?
Toen zei de rivier: “Dat wil ik je wel uitleggen, lieve oceaan. Het gras, de halmen, de rietstengels bewegen en buigen op tijd als ik met grote golven kom. Ze kennen het juiste gedrag voor het juiste moment. Ze zijn niet overmoedig en star. Daarom buigen ze voor de macht van het water en de storm en als ik over hen heen ben gestroomd, staan ze weer rechtop en stevig op hun oude plaats. De bomen echter komen om door hun starre trots, ze willen door onbeweeglijk te zijn weerstand bieden, ze buigen niet en daarom worden ze door mij geknakt hoewel ze veel groter en machtiger zijn dan de rietstengels.”
De boodschap van dit verhaal is dat flexibiliteit en aanpassingsvermogen krachtiger zijn dan starre trots en onverzettelijkheid. Het gras en de rietstengels symboliseren degenen die zich kunnen aanpassen aan moeilijke omstandigheden en daardoor veerkrachtig zijn. De bomen daarentegen staan symbool voor trots en rigiditeit, wat hen kwetsbaar maakt voor tegenslag. Het verhaal benadrukt dat veerkracht en het vermogen om met de stroom mee te bewegen essentiële eigenschappen zijn om uitdagingen te overleven en sterker terug te komen.