Als regioadviseur zie ik het als mijn taak om constructief bij te dragen aan gesprekken over de jeugdzorg. Ik ben me ervan bewust dat ik niet degene ben die beslissingen neemt, en het is zeker niet mijn intentie om dwars te liggen. Toch voel ik de verantwoordelijkheid om mijn observaties en ervaringen te delen, juist om samen tot een sterker fundament te komen.

Tijdens gesprekken met gemeenten, regio’s en jeugdhulpaanbieders merk ik een duidelijke behoefte aan meer tempo in het proces ten aanzien van standaardisatie op producten. Tegelijkertijd valt op dat er aanzienlijke herkenning en draagvlak is voor een bouwstenen-aanpak, vaak meer dan voor de momenteel vastgestelde standaardisatieplannen binnen de jeugdzorg.

Onderstaande bijdrage is dan ook vooral een uitnodiging tot verdieping. Hoe kunnen we samen de aanpak kiezen die niet alleen snelheid biedt, maar ook duurzaam draagvlak creëert en recht doet aan de behoeften van cliënten, aanbieders en beleidsmakers?

De jeugdzorg in Nederland staat, net als de houdbaarheid van de Wmo, onder druk. Steeds meer inwoners hebben toegang tot passende zorg nodig, terwijl gemeenten worstelen met oplopende kosten en complexiteit in de uitvoering. Het wetsvoorstel ‘Verbetering Beschikbaarheid Jeugdzorg’ zet in op standaardisatie en uniformiteit, maar de vraag is of dat voldoende is. Hoe kan standaardisatie een oplossing bieden zonder flexibiliteit en maatwerk te verliezen? Een aanpak op basis van bouwstenen kan de sleutel zijn.

Gemeenten en zorgaanbieders kampen met uitdagingen bij het vaststellen van zorgtarieven. Problemen ontstaan door verschillen in loonstructuren, productiviteitseisen, overheadkosten en innovatiebehoeften. Om tot realistische kostprijzen te komen, is samenwerking essentieel. Tegelijkertijd hebben gemeenten de verantwoordelijkheid om zorg in te kopen, waarbij reële tarieven vereist zijn. Dit betekent dat de prijs de kwaliteit van de zorg niet mag aantasten. Sinds 2017 biedt de AMvB Reële Prijs Wmo een kader voor kostprijselementen, wat heeft geleid tot meer transparantie. Sinds 1 juli 2024 is voor de Jeugdwet gelijkluidende wetgeving van kracht.

De rechtspraak stelt dat gemeenten zorgvuldig moeten onderbouwen dat tarieven reëel en kostendekkend zijn. Dit houdt in dat gemeenten rekening moeten houden met:

  • Kosten van zorgverlenend personeel, overhead, en indexatie.
  • Regionale en organisatie specifieke omstandigheden.
  • De uitvoeringswerkelijkheid van zorgaanbieders.

De huidige systemen in de jeugdzorg en Wmo zijn gefragmenteerd en moeilijk te doorgronden. Gemeenten gebruiken uiteenlopende definities en tarieven, wat leidt tot tijdrovende administratieve processen en een gebrek aan transparantie. Initiatieven zoals het Model Prestatiecodes Jeugd en WUIVER proberen dit probleem aan te pakken door te standaardiseren, maar schieten tekort in het bieden van een structurele oplossing.

Veel gemeenten ervaren dat het gebrek aan uniformiteit niet alleen de samenwerking met zorgaanbieders bemoeilijkt, maar ook zorgt voor inconsistenties in prijsstelling en zorgkwaliteit. Er is behoefte aan een robuust fundament dat standaardisatie en maatwerk verenigt.

In het verleden zijn er meerdere pogingen ondernomen om te komen tot standaardisatie van producten. Het meest recente voorbeeld daarvan is het Model Prestatiecodes Jeugd, als onderdeel van het programma (Ont)Regel de zorg. Ook de Hervormingsagenda Jeugd zet in op standaardisatie van producten met de zogenaamde “WUIVER-aanpak”. Maar, deze aanpak beperkt zich tot de vormen van Jeugdhulp die samenwerkende gemeenten volgens de in voorbereiding zijnde AMvB zorgvormen, welke samenhangt met het Wetsvoorstel ‘verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’ en heeft daarmee een beperkte scope. Ik bepleit daarom een op bouwstenen gebaseerde aanpak.

In plaats van volledige zorgproducten te standaardiseren, biedt de bouwstenenbenadering een flexibele oplossing. Hierbij worden kosten opgebouwd uit gestandaardiseerde elementen zoals personeel, overhead en materiaalkosten. Door deze bouwstenen te definiëren en uniform toe te passen, ontstaat een transparante basis voor tariefvorming, terwijl er ruimte blijft om unieke zorgproducten samen te stellen.

  • Transparantie: Zorgaanbieders en gemeenten krijgen inzicht in hoe tarieven zijn opgebouwd.
  • Vergelijkbaarheid: Bouwstenen maken het eenvoudiger om tarieven en prestaties tussen regio’s te vergelijken.
  • Flexibiliteit: Gemeenten kunnen lokale beleidsdoelen blijven realiseren door bouwstenen op maat te combineren.

De bouwstenenbenadering kan het beste worden vergeleken met Lego: gedetailleerde en flexibele standaarden die gecombineerd kunnen worden voor maatwerkoplossingen. Dit staat in contrast met een eenvoudiger systeem zoals Duplo, dat grofmazig is. Beide modellen hebben hun voordelen, maar de toekomst van jeugdzorg vraagt om de precisie en veelzijdigheid van Lego.

  • Groot en eenvoudig.
  • Snelle implementatie, maar weinig ruimte voor detail.
  • Gedetailleerd en modulair.
  • Meer maatwerk en transparantie, maar vraagt om duidelijke afspraken.
  • Eerlijke en transparante prijsvorming
    • Door uniformiteit in kostenelementen worden tarieven objectiever en eerlijker. Dit voorkomt zowel te hoge als te lage bekostiging.
  • Lagere administratieve lasten
    • Een eenmalige standaardisatie van bouwstenen maakt tariefberekeningen en contractering eenvoudiger. Zowel gemeenten als aanbieders profiteren hiervan.
  • Behoud van beleidsvrijheid
    • Gemeenten kunnen nog steeds lokaal maatwerk leveren en innovaties stimuleren, terwijl de basis transparant en uniform blijft.
  • Meer sturing en verantwoording
    • Gestandaardiseerde bouwstenen bieden gemeenten de tools om beter te sturen op kosten en kwaliteit, en tegelijkertijd verantwoording af te leggen.

Het wetsvoorstel ‘Verbetering Beschikbaarheid Jeugdzorg’ benadrukt de noodzaak van uniformiteit en consistentie. De bouwstenenbenadering sluit hier perfect op aan door een structurele basis te bieden. Waar huidige initiatieven vooral gericht zijn op vereenvoudiging, biedt deze aanpak een duurzame oplossing voor zowel kostenbeheersing als maatwerk. Een vergelijking van de eerder genoemde modellen bevestigt dit.

AspectModel Prestatiecodes JeugdWUIVERBouwstenen-benadering
DoelVereenvoudigen van declaraties met minder codes.Uniformiteit en procesverbetering van contractering tot verantwoording.Transparantie en maatwerk door standaardisatie van kostenopbouw.
ReikwijdteBeperkt tot inspanningsgerichte zorg binnen de Jeugdwet.Brede toepassing op Jeugdwet en Wmo.Sectorbreed, toepasbaar in Jeugdwet, Wmo en aanpalende domeinen.
Niveau van standaardisatieProductniveau, minder gedetailleerd.Meer procesgericht, maar ook product gestuurd.Kostenelementen (personeel, overhead, materieel), die flexibel combineerbaar zijn.
FlexibiliteitEenvoudig maar beperkt toepasbaar.Gelaagd, geschikt voor regionale variatie.Maximale flexibiliteit door modulair gebruik van bouwstenen.
BeleidsvrijheidGemeenten kunnen beperkt lokaal variëren binnen de codes.Ruimte voor lokaal maatwerk in contractering en uitvoering.Volledig behoud van beleidsvrijheid, met een uniforme kostengrondslag.
ComplexiteitRelatief eenvoudig.Processen en contracten zijn complexer, maar integraler.Hoog detailniveau vraagt initieel meer inspanning, maar verlaagt structureel de lasten.
Administratieve lastenVereenvoudigt declaraties, maar biedt weinig houvast voor kostenbeheer.Vermindert lasten in bredere processen, vraagt meer samenwerking.Vereenvoudigt berekeningen en verantwoording door gestandaardiseerde bouwstenen.
ImplementatieRelatief snel te implementeren door beperking in reikwijdte.Iteratief proces met lange termijn focus.Vereist sector brede afstemming, maar biedt duurzame oplossing.
InnovatiepotentieelBeperkt, vanwege focus op standaardcodes.Ondersteunt innovatie binnen vastgestelde kaders.Stimuleert innovatie door ruimte voor nieuwe zorgproducten te laten.

De uitdagingen in de jeugdzorg en Wmo vragen om een fundamentele herziening van de manier waarop zorg wordt georganiseerd en bekostigd. De bouwstenenbenadering biedt een krachtiger fundament dan de huidige standaardisatie-initiatieven. Waar het Model Prestatiecodes Jeugd en WUIVER respectievelijk focussen op vereenvoudiging en procesverbetering, stelt de bouwstenenbenadering een structureel kader dat eenvoud, flexibiliteit en transparantie verenigt. Deze aanpak kan zorgen voor lagere lasten, eerlijke prijsvorming en betere samenwerking tussen alle betrokken partijen. Kortom, het is tijd om van Duplo naar Lego te gaan, en zo de fundamenten van de jeugdzorg en Wmo sterker dan ooit te maken.

De auteur, Peter Paul J. Doodkorte is als zelfstandig adviseur voor overheden en organisaties werkzaam binnen het sociaal domein. Hij is ook één van de (zeven) Regioadviseurs die samen het landelijk werkende Regioteam Opdrachtgever-/opdrachtnemerschap Wmo en Jeugdwet vormen.

Het Regioteam ondersteunt gemeenten én aanbieders bij het werken volgens de bedoeling en opereert – vanuit en in samenwerking met het Samenwerkingsplatform Sociaal Domein – namens het Ketenbureau i-Sociaal Domein dat wordt aangestuurd door de Stuurgroep i-Sociaal Domein. Hierin hebben naast de zorgbranches (Actiz, GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en Valente) ook vertegenwoordigers vanuit de gemeenten, de VNG, en VWS als stelselverantwoordelijke, zitting hebben.

De Regioadviseurs beschikken over een breed palet aan producten en diensten, instrumenten, opleidingen en praktijkvoorbeelden. Daarnaast hebben ze toegang tot een groot netwerk van experts, ervaringsdeskundigen en een rechtstreeks lijntje met ‘Den Haag’.