• Hoe minder je hebt te bieden, hoe mooier je de verpakking maakt.
“Hoe minder je hebt te bieden, hoe mooier je de verpakking maakt,” aan dit zinnetje van Gerrit Komrij moest ik denken toen ik de berichten over de instelling van de Transitieautoriteit Jeugd (TAJ) las. De TAJ is opgericht in opdracht van de staatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en van Veiligheid en Justitie (VenJ). Zij is haar werk op 1 april 2014 gestart. Nu, drie weken later, is de TAJ nog niet veel meer dan een website en een voorzitter (Marianne Sint).
Ik moest ook aan dat zinnetje denken ton ik deze week op de VNG-site een ronkend bericht las over het Regieberaad Jeugd. Volgens dit bericht werken de transitiemanagers van de 42 regio’ samen aan een zachte landing voor de transitie van de jeugdhulp. En ja, her en der in het land zie ik transitiemanagers meer of minder intensief samenwerken. Tot zover is er nog niks mis met het bericht.
Volgens datzelfde bericht echter rapporteert het Regieberaad maandelijks aan de VNG de vooruitgang. De VNG spreekt die voortgang dan weer door in het bestuurlijk overleg met staatssecretaris Van Rijn (VWS). Die werkelijkheid echter is anders. Bleek mij ook als deelnemer aan datzelfde Regieberaad op 16 april jl. Het Regieberaad richt zich – op geleide van de landelijke regisseurs – vooral op de implementatie van de transitie. En op het vinden van praktische oplossingen voor transitievraagstukken die zich in 2014 voordoen. Dat zijn dan – in de optiek van het rijk en de VNG – vooral onderwerpen die om bovenregionale en landelijke coördinatie vragen. Voorbeelden daarvan zijn de afspraken over landelijke inkoop, modelovereenkomsten en de ontwikkeling van een declaratiesysteem. Zo bezien lijkt het beraad vooral terug te voeren op blauwdruk-denken. Terwijl de decentralisaties binnen het sociaal domein nu juist beogen ruimte te creëren voor lokaal maatwerk. En juist daarmee lijkt de landelijke grote moeite te hebben. Zoals er ook nog steeds veel argwaan blijkt richting de daadkracht van gemeenten en uitvoerende professionals.
Loopt de transitie dan altijd en overal gesmeerd? Ik zal de laatste zijn die dat beweert. De oorzaak daarvan is echter met name terug te voeren op de grootste boosdoener: het eerder genoemde – vermaledijde – blauwdruk-denken. Terwijl wij juist daarvan nu echt afscheid moeten nemen. De transitie van de jeugdzorg zal – net als de transitie van AWBZ-taken naar gemeenten per 2015 – niet in één keer klaar zijn. Zeker omdat er ook een transformatie met bezuinigingen aan gekoppeld is, is het een veranderproces van enkele jaren. Tijdens dit proces zal zeker niet alles goed lopen, zullen er onverwachte gebeurtenissen plaatsvinden en onbedoelde effecten optreden. Het zal elke gemeente er veel aan gelegen liggen om onverwachte problemen zoveel als mogelijk te voorkomen, en als er al problemen de kop opsteken deze snel in de kiem te smoren. Daarvoor is het nodig dat gemeenten alertheid, flexibiliteit en verbinding met het operationele veld organiseren. Dát zijn de voorwaarden om veerkrachtig op onverwachte problemen te kunnen reageren. Het biedt de mogelijkheden om in een complexe situatie te improviseren en alternatieven te creëren.
De verstikkende en achterdochtige controlezucht van de overheid verhoudt zich daarmee slecht. Zij richt zich vooral op een zachte landing van de overdracht van taken. Die, zoals eerder aangegeven – gepaard gaat met een (stevige) financiële taakstelling. Een haalbare financiële taakstelling. Tenminste, als er naast de overdracht van taken ook ruimte is voor omvorming daarvan. Anders gezegd: de overdracht zal niet het beoogde effect hebben, als er niet ook en andere uitvoering mogelijk wordt. De beschikbare tijd daarvoor is echter te kort en alle actoren worden daarom uitgedaagd zich te focussen op de transitie.
Onder het mom van duidelijke randvoorwaarden waarbinnen iedereen op volle kracht door kan werken om van het nieuwe jeugdstelsel een succes te maken, worden bij voortduring landelijk deelakkoorden (budgetgaranties Bureaus Jeugdzorg, inkoopafspraken jeugd-GGz) gesloten. Deze richten zich vooral op het overeind houden van bestaande instituties en regelgevingen. (Nieuwe) toezichthouders, zoals de TAJ en de transitiecommissie Stelselherziening Jeugdzorg (TSJ) monitoren de voortgang daarvan. Zij bewijzen hun nut en noodzaak natuurlijk graag. Dus vinden zij altijd wel de nodige verbeterpunten. Die van achter een tekentafel weer leiden tot nieuwe interventies. Daarbij en daar bovenop worden gemeenten bedolven onder een tsunami van goedbedoelde (dat dan weer wel) handreikingen. Handreikingen die vooral de landelijk gemaakte keuzes en de werking daarvan uit te leggen. En daarmee onbedoeld toch weer werken als een blauwdruk voor de kleurplaat die gemeenten werd voorgespiegeld om te komen tot effectief partnerschap met inwoners en aanbieders in het veld van jeugd.
Deze focus op de transitie alleen kost onverantwoord veel geld en leidt niet of nauwelijks tot betere zorg en dienstverlening.
De gewenste én noodzakelijke omvorming van het stelsel brengt met zich dat de bestaande werkelijkheid niet klakkeloos voortgezet kan worden. Het vraagt om improviserend ontwerpen in plaats van het werken volgens een lineair proces. De gemeenten moeten iets nieuws maken. Niet door bestaande oplossingen te reproduceren, maar door onderdelen te recombineren tot iets nieuws. Een belangrijke voorwaarde daarbij is wel dat alle actoren bereid zijn over de schaduw van het eigen belang heen te stappen: je doet mee ten behoeve van de gemeenschap, niet om het eigen belang te waarborgen.
De hiervoor beschreven bedilzucht van het rijk laat zich dus wellicht goed verkopen en aanzien als een mooie verpakking, maar werkt voor de inhoud verstikkend. De ‘drift’ tot beheersing lijkt verbonden aan een misplaatste obsessie op veiligheid. Er blijft een te groot geloof dat door steeds betere en verfijnde regelgeving op allerlei vlak, elk risico kan worden uitgesloten en beheersbaar gemaakt. We accepteren niet dat er voor sommige problemen (nog) geen oplossing voor handen is. Werknemers op de ‘werkvloer’ – waaronder de transitiemanagers – zijn daardoor steeds meer tijd kwijt aan rapportage en verantwoording over de voortgang daarvan. De eigenlijke opdracht komt juist daarmee in het gedrang.
Het hele doen en laten van de rijksoverheid en haar bestuurspartners heeft zo langzaam maar zeker veel weg van een – volgens het affiche – prachtige voetbalwedstrijd. Bij uitvoering echter wordt zij doodgefloten door een scheidsrechter die het spel absoluut niet aanvoelt. De beoogde ‘zachte landing’ van de zorg voor jeugd en gezin lijkt juist daardoor te mislukken.
Als de decentralisatie van de jeugdhulp zich blijft toespitsen op de wenselijkheid, uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van de transitie, verdwijnen aanleiding en doel daarvan naar de achtergrond. Bovendien miskent het blauwdruk-denken dat de implementatie meer kans van slagen heeft als de betrokkenen gezamenlijk op zoek gaan naar een oplossing. Anders gezegd: er is geen sprake van smering van het proces, maar van droge wrijving. Dat vreet energie, leidt de aandacht af en zal – per saldo – meer tijd vergen om het gewenste effect te bereiken. Het verminderen van deze wrijving vraagt om een loslaten, minder starre sturing en meer decentrale ruimte. Lukt dat niet, dan zal de paradox van de zelfbeschikking die richting gemeenten, aanbieders, professionals en inwoners wordt gepredikt en nagestreefd, juist het tegenovergestelde effect met zich brengen.
Het is duidelijk dat voor de beoogde omslag in denken en doen van gemeenten, aanbieders en inwoners een transformatie nodig is. Dit is een stelselwijziging waarin nieuwe arrangementen worden vormgegeven, nieuwe verantwoordelijkheden en bevoegdheden ontstaan. Net als andere vormen van samenwerking en rolverdelingen tussen maatschappelijke partners, bewoners, ondernemers en overheid. Deze zoektocht naar nieuwe verhoudingen biedt veel kansen. Het vergt ook het lef onder ogen te zien dat daarbij grilligheid behoort. Wie dat alomvattend wil organiseren en beheersen krijgt geen zachte landing, maar een crash.

Kan ik achter staan Paul.
Een cliënt is niet geholpen met een opgetuigd systeem.
Je ziet dit soort praktijken ook steeds meer bij andere disciplines van gemeenten. Het werkt allemaal verstikkend en demotiverend voor de medewerkers van de organisatie. Jammer
Ik denk een gemiddelde burger te zijn. Ik probeer het hele proces van overheveling van taken naar de gemeenten te volgen omdat ik er als burger belang bij heb. Kortom, ik kom niet uit het inhoudelijke vakgebied maar wel uit de ‘cloud’ van belasting betalende kritische burgers.
Mijn vraag aan deskundigen is: Hebben de gemeenten nou wel of niet om die overheveling gevraagd. Zo ja, dan was er een beeld van de taken die dan overgenomen moesten worden. Als je de uitvoering van die taken dan ook zag zitten, dan moet je nu niet zeuren als de overheveling ook echt doorgaat. Je wilde het zelf, denk ik dan maar. Minder geld krijgen voor de uitvoering van die taken is dan de volgende uitdaging. Het rijk of wie dan ook maar verantwoordelijk was/waren tot nu toe, zijn dus veel te duur gebleken. Er zijn de laatste jaren dan ook geen initiatieven geweest om de kosten te drukken zodat de gemeenten het ook kunnen gaan doen voor het ‘gedrukte’ budget.
Derde uitdaging is de handhaving van kwaliteit. De kwaliteitstoets ligt bij de gebruikers, de belastingbetalers. Ik noem het maar simpel: Krijg ik waar voor mijn geld als de behandeling van mijn autistische kind gehandhaafd blijft of anders wordt omdat de deskundigen op dit vlak een betere behandelmethode hebben leren kennen. Als dat zo blijft als de gemeente er iets van gaat vinden, dan hoef ik geen zorg te hebben.
Als het allemaal goedkoper kan (en moet), dat zal dan wel maar mijn kind heeft de beste hulp nodig die er in ons land is te vinden. Ik hoor politici zeggen, dat we een rijk land zijn met de beste zorgorganisatie ter wereld. Iedereen en nog veel meer kan daarvan profiteren.
Men zegt, dat het allemaal te duur is geworden. We moeten allemaal inleveren, zegt men. Dus ziehier de vierde uitdaging: Wie heeft dat dan allemaal uit de hand laten lopen? Het rijk dus blijkbaar want die was tot nu toe verantwoordelijk. Mijn kind verdiende geen stuiver met haar kwaal. Ze krijgt alleen onbetaalbare liefde van de mantel(zorg) der liefde en deskundigheid van deskundigen. Werden die dan te duur betaald? Waren er teveel ambtenaren en managers die na hun studie, betaald door ……. wel in de schalen 15 en hoger moesten worden geplaatst op basis van functiewaarderingssystemen opgesteld door de schalen 15 en hoger. Mijn kind heeft wel eens heldere momenten en leest mij dan voor uit de dag- en weekbladen: Papa, heeft onze psycholoog ook zoveel op de salarisstrook staan als hier staat geschreven in een personeelsadvertentie?
Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, zingen we dan samen uit het psalmenboek. Alleen we zingen niet de rest (de hemel en de aarde) maar maken de zin af met: het rijk en de gemeenten.
Egbert, de gemeenten willen dit en staan ook niet afwijzend tegenover de kortingen. De te hoge kosten nu vloeien vooral voort uit de enorme versnippering en de vele verschillende, elkaar vaak uitsluitende regelingen. Als er nieuwe, betere therapieën of behandelingen beschikbaar komen, zouden gemeenten een dief van hun portemonnee zijn, wanneer zij daarvoor geen mogelijkheid bieden. Kwaliteit is een issue. Ook in het huidige systeem. Want eigenlijk weten wij nog nauwelijks wat we moeten en kunnen meten. In de zorg blijkt overigens de belangrijkste slaagfactor een goede relatie tussen hulpverlener en de ondersteuning vragende inwoner. De ronkende geluiden van allerlei therapiegoeroes ten spijt!
Egbert heel herkenbaar. Wij zijn ook ouder van.
Tegelijkertijd ben ik ruim 15 jaar geleden begonnen ook aan de andere kant voor de mensen met autisme. Ruim 10 jaar als vrijwilliger gewerkt voor onderverenigingen. In 2008 begonnen als zpp-er in de begeleiding. Wij hoorden van de hulpverlening heel vaak terug: wat zijn jullie kinderen zelfstandig. Meer dan andere kinderen met dezelfde problematiek.
Daar ga je dan over nadenken. We hebben daardoor een methodiek ontwikkeld waarmee we andere ouders kunnen helpen. Waarmee we het kind kunnen helpen ontwikkelen.
Je loopt als ouder tegen allerlei systemen aan. Wordt vaak van het kastje naar de muur getuurd in de hulpverlening. Er gaat heel veel geld om in Nederland dat niet goed besteed word, vind ik.
Te denken aan de GGZ. Heel mooi al die dure hbo en hbo+ mensen, maar wat weten ze nou eigenlijk, de goede niet te nagesproken. Heel veel theorie en research, maar wat heb je daar als ouder nu echt aan? Je wilt graag weten wat er aan de hand is en wat je kunt doen.
Omdat ik daar als ouder met 4 kinderen met autisme tegenaan liep, dus ook 4 keer de mallemolen door moest, in viervoud moest knokken en overleven voor mijn kinderen maar ook om zelf overeind te blijven, heb ik, toen mijn kinderen op de middelbare school zaten, gedacht dat moet anders kunnen. Zoals ik zei in 2008 Autentiek opgezet. Van zzp naar vof en in 2011 een stichting opgezet omdat we ook zorg in natura wilden hebben, omdat niet iedereen pgb had. Ik wil heel graag met jullie delen wat er in zirgland gebeurd. Door allerlei wetten en regels goede hulp eigenlijk onmogelijk wordt gemaakt En tegelijkertijd ook onnodig duur wordt gemaakt.
Maar goed we hadden als kleine organisatie genoeg cliënten, deden begeleiding en draaiden logeerweekeinden.
In 2011 voor het eerst aanbesteding gedaan, inmiddels voldeden we aan alle eisen die nodig waren om te kunnen aanbesteden. Wat blijkt, maar 2 nieuwe aanbieders in een regio krijgen een budget. En dat zijn geen kleine regio’s. Ieder nieuw jaar behoor je weer bij de nieuwe aanbieders. Er wordt niet gekeken of je al vaker hebt aanbesteed. Heel frustrerend. Veel papierwerk, dus ook veel manuren, 1e jaar dure consultant omdat je nog niet de kennis van aanbesteden hebt. Veel geld al verspilt vanuit de toen nog vof. Je leeft van je winst, dus hakt er behoorlijk in als je zo’n 10000 euro kwijt bent en waaraan ?…….
In dezelfde tijd wordt beslist door de overheid dat de begeleiding overgeheveld gaat worden naar de WMO.
Dan hoop je dat je dan meer kans maakt. Maar doordat van alles wordt de overhevelen naar de gemeenten uitgesteld. Je krijgt van zorgkantoor te horen dat je niets krijgt vanwege de 2 nieuwe aanbieders per jaar, maar ook omdat er een heel systeem opgetuigd moet worden als je de gunning wel krijgt. Maar goed, we hebben nog cliënten met pgb, kunnen als vof overleven. Je krijgt niet de kans om verder te groeien. Aan cliënten zal het niet liggen. We krijgen nog steeds bijna wekelijks aanmeldingen, maar mogen de mensen niet helpen. Want mensen krijgen vanaf begin vorig jaar geen pgb meer. Je moet voldoen aan de 10 uurgrens. En wat blijkt, de meeste worden zo geïndiceerd dat ze onder de 10 uur blijven. De manier van indiceren is veranderd. Je kunt maar voor 1 beperking indicatie krijgen. Er wordt gewerkt met een soort boomdiagram. Heb je …. dan kun je alleen met ja of nee antwoorden. Heb je in je bep er ring last van meer dingen dan heb je eigenlijk pech, de vragenlijst structuur laat dit niet toe. Dit zie je niet als je de vragenlijsten als ouder invult. Kom je achter als je ook als hulpverlener bezig bent. Toen zijn de bezuinigingen al ingezet. Alleen zijn de verkeerde mensen er de dupe van, nl de hulpvrager.
Het geld dat uitgegeven wordt in de Zorg in natura (ZIN) gaat naar de grote jongens, de grote instellingen. De budgetten voor de ZIN zijn hoger dan de PGB budgetten. Daar kom je ook achter als je gaat aanbesteden. Dit is 25 tot 30% hoger. Zie rapport van overheid. Hoeze alles naar de ZIN. Ik begrijp dat niet. Vanwege de fraude is klinkklare onzin. In de ZIN wordt misschien wel meer gefraudeerd dan met PGB. In je netwerk hoor je, maar ook van ouders of kinderen, dat in de ZIN vaak meer uren geschreven worden dan werkelijk besteed, of beter gezegd besteed aan zorg. Dit lukt je met een PGB niet. Zeker niet als je je cliënt of diens ouders een urenverantwoording laat tekenen.
Daarnaast worden er vanuit overheidswege soms belachelijke eisen gesteld. Wat stelt een HKZ of andere normering nu eigenlijk voor. Een papieren tijger waar vnl met de audits extra aandacht wordt besteed.
Kwaliteitseisen zijn mooi en ook goed. Je mag van iemand die diensten verleent verwachten dat hij zijn werk goed doet. Maar kun je dan niet beter aan de cliënten vragen hoe ze over een dienst, organisatie of instelling denken.
Je kunt kwaliteit in mensenwerk niet meten door te controleren of papieren goed zijn ingevuld, door van alles te toetsen. De cliënt is belangrijk. Het geld moet gaan naar de cliënt en niet naar allerlei overhead. Een budget wordt toegekend aan een persoon. Hoe kan er dan een pot geld naar een instelling gaan die besteed naar eigen goeddunken. Geld kan dan ook voor andere cliënten of middelen besteed worden.
Regelarme zorg zou fijn zijn. Gewoon doen wat nodig is. In de verpleging waar ik ook werkzaam ben geweest, kun je makkelijker doelen stellen.
Als je kijkt naar begeleiding, kun je volgens mij maar 1 doel stellen, iemand helpen zich te ontwikkelen naar een zo groot mogelijke zelfstandigheid. Daar komen doe je misschien met tools. Maar vooral met veel geduld. Zeker bij iemand met autisme. Eerst moet je een klik hebben met iemand. Je moet wederzijds vertrouwen opbouwen. Echt helpen groeien gaat soms in hele kleine stapjes.
Wij begeleiden kinderen en ouders, maar ook volwassenen. Vaak komen ze bij ons nadat ze uitbehandeld zijn, net of je autisme kunt behandelen. Maar dat is een ander onderwerp. Meestal mag je naar een psycholoog. Tegenwoordig krijg je nog 5 – 10 sessies geloof ik. 2e lijn soms langer. Maar ook daarin gaat gesnoeid worden.
Voorwaarde om een PGB indicatie te krijgen, of te verlengen, is dat je ook behandeld bent, of wordt. Hoezo? Als je kunt functioneren met een paar uur goede begeleiding in week, waarom dan al die eisen.
Denkt de overheid daarmee goede zorg te kunnen laten verlenen?
We merken al een paar jaar dat mensen vastlopen. Dreigende crisis ontstaat of zelfs opname tot gevolg hebben. Dit kan nooit de bedoeling zijn. Kwaliteit meten waarborgt niet de goede zorg.
Goede zorg haal je ook niet per definitie in de GGZ of de grotere instellingen.
Juist de zzp-ers kunnen maatwerk leveren. Kunnen preventief werken. De grote logge instellingen lukt dit vaak niet. Zitten meestal mensen die een 9 tot 5 mentaliteit hebben.
Je moet ondernemersbloed hebben, van uitdagingen houden, creatief zijn, etc.
Vanwege de bezuinigingen ga je nieuwe uitdagingen aan, ook als zpp-er, als VOF. We hebben een concept bedacht waarmee het echt anders kan in de zorg. Waarmee je tevens behoorlijk kan bezuinigen, door anders te gaan werken en win win voor iedereen.
Sorry voor de typefouten. Mijn telefoon verandert soms automatisch de woorden.
Zijn er vragen stel ze alsjeblieft. Ik beantwoord ze graag.
Ik heb je uitgebreide toelichting gelezen. Veel dank voor deze toelichting. Het bevestigt mij op een aantal punten op mijn ervaringen en gesprekken binnen mijn familie (kinderen, kleinkinderen)
Ik wou, dat ik jou kon helpen. Als is het maar met morele steun. Op het gebied van autisme ben ik zeker geen inhoudelijk deskundige maar wel opa van enkele kleinkinderen die samen met hun ouders ‘ploeteren’ met deze aandoening. Verder ben ik een belastingbetaler die zich wel eens afvraagt of die centen wel op de juiste manier besteed worden. Ook was ik ambtenaar die 40 jaar lang heeft meegedaan met een veranderingsproces binnen de overheid (van rijk naar gemeenten) dat nog steeds voortduurt omdat de gemeenten (bestuurders en hoge ambtenaren) geen idee hebben wat er geregeld zou moeten zijn en waarom.
Ik ben, als toekomstig ‘meer gebruiker’ van ons zorgsysteem wel ongerust over mijn toekomst.
Vraag aan jou. Is er dan geen enkele politicus of politieke partij die naar jou/jullie luistert?
Iedereen kan mee doen, in zijn eigen omgeving met zijn mogelijkheden. Maak die eigen omgeving goed met de mogelijkheden die daar aanwezig zijn en vraag hulp waar je die nodig hebt. De beginsituatie is voor iedereen anders… een kind, een volwassene een gezin een dorp een stad een land. Leef, vraag wat jezelf nodig hebt en help een ander waar nodig. Zo ontwikkel je zelf en je directe omgeving. Het maakt gelukkig invloed te hebben op je directe omgeving en te kunnen vertrouwen op belangrijke anderen.
De druk van dit moet nog en daar heb ik recht op … kost teveel, ook energie! Het levert stress frustratie agressie en onvrede op. Voor de persoon, maar ook voor een gezin, dorp, stad of land.
Laten we met zijn allen mee doen aan de transitie!
Petra, wat je zegt klinkt heel mooi en is ook waar.
Hoe zie jij die transitie positief tot stand komen?