• De uitzondering regeert
Stel: je hebt tien gebeurtenissen. Negen daarvan volgen een bepaalde wetmatigheid. De tiende niet. Dat is de uitzondering. Wij zouden het geen uitzondering noemen, als er geen regel was waaraan de negen andere gebeurtenissen gebonden waren.

Is de of een uitzondering een probleem? Wat mij betreft niet. Totdat de uitzondering tot de norm voor ons doen en laten wordt gemaakt. Dan gaat het goede onder het slechte leiden. Of wordt het ongewone gewoon.

Een aantal jaren terug werd ik door een vriend uitgenodigd voor een voetbalwedstrijd. PSV-Ajax. Onderweg naar de wedstrijd was mijn verwachtingspatroon hoog. Ik verheugde mij op een leuke wedstrijd. Mijn humeur veranderde echter op slag, nadat ik mijn auto geparkeerd had. De route naar het stadion was – aan beide zijden – afgezet met reusachtige containers. Hoewel ik een nietsvermoedend bezoeker was werd ik, samen met anderen als vee naar binnen gedreven. Het was toen dat ik mij realiseerde dat de uitzondering – de kwaadwillende hooligan – regeert. Het effect? Ik voelde mij verschrikkelijk onheus behandeld. Voelde de wijze waarop met mij werd omgesprongen als een flagrante schending van mijn redelijkheid. Een toenemende neiging om ‘mijn beste vriend’ (want, zo leerde ik, dat is de politie toch?) aan te vliegen, borrelde in mij op. En precies dat gedrag te vertonen dat nu juist niet gewenst was.

De uitzondering regeert. Die werkelijkheid is onthutsend en tenenkrommend. Uitzonderingen willen wij ‘fixen’, regelen. In elk gesprek dat ik over de gewenste (door)ontwikkeling van ons zorgstelsel voer, is er altijd wel iemand die de uitzondering aanvoert als reden voor verregaande regelgeving. De uitzondering wordt daarbij gebruikt als bevestiging van het bewijs dat de regel fout is.

Regels zijn er niet voor niets: ze bieden houvast. Wanneer wij echter uitzonderingen tot de standaard van ons denken en doen maken, heeft dit twee perverse effecten. Het gewone, wetmatige wordt – juist door overregulering – onbestuurbaar. Dit leidt tot frustraties. Omdat de regelgeving als onzinnig en bureaucratisch wordt ervaren. Maar ook de uitzondering leidt hieronder. Het is plotseling geen uitzondering meer, maar regel. En juist de uitzondering veelt eigenlijk de regel niet. De uitzondering vraagt maatwerk.

Helaas wordt dat vaak slecht begrepen. Incidenten (uitzonderingen op de regel) zijn generatoren voor regelgeving. Terwijl het juist een incident of uitzondering is, omdat het een niet voorziene of – meer dan gebruikelijk – een complexe gebeurtenis is.

Ik beweer niet dat de uitzondering de regel bevestigt. Als er namelijk een regel is, dan geldt die in elk geval minstens meestal, anders is het geen regel. De uitzondering is dan de situatie die niet aan de regelvereisten voldoet. Het is omdat er sprake is van een uitzondering, dat er ook een regel moet zijn. Een regel die in specifieke situatie dus niet van toepassing kan zijn. Anders gezegd: zonder algemene regel bestaat er geen uitzondering. Het is dus niet zozeer de aard of inhoud van de uitzondering, maar wel het bestaan ervan dat de regel bevestigd.

Ongewone of uitzonderlijke situaties zijn per definitie niet te vatten in regels. Doen wij dat wel, dan zal een volgende uitzondering weer tot nieuwe regelgeving leiden. Het resultaat: een de maatschappij en ons doen en laten overwoekerend regeloerwoud.

Omgaan met uitzonderingen vraagt om algemene regels, die gelden afgezien van bijzondere omstandigheden. Regels kennen daarmee situaties waarbij zij niet gelden. Als wij dat niet durven erkennen, maken wij het werk van bijvoorbeeld hulpverleners onmogelijk. Juist in situaties die uitzonderlijk zijn, is ons gezonde verstand vaak een betere raadgever dan welk goedbedoeld protocol of reglement dan ook. Omdat in uitzonderlijke situaties niet alles volgens het boekje gaat.

Ons huidige zorgstelsel gaat gebukt aan de regelgevende uitzondering. Voor alles wat bij uitzondering wel eens fout kan gaan, bedenken wij een regel. Bovendien verheffen wij die uitzondering vervolgens tot de maatstaf voor al ons doen en laten. Omdat er vervolgens toch weer uitzonderingen zijn, bedenken wij weer nieuwe of veranderen wij de bestaande regels. Regelingen veranderen snel, zijn niet duidelijk, strijdig met andere bepalingen of in de ogen van de burger of professionals niet logisch, niet verstandig of – juist door de uitzonderlijke basis – zelfs totaal overbodig. Onderzoek door TNS NIPO bevestigt dit beeld: velen ervaren niet dat de regels de problemen echt oplossen. Niet dat regels niet gewoon nodig zijn, maar als de logica van een zekere wetmatigheid ontbreekt verliest de regel zijn waarde en betekenis.

Ditzelfde zien wij bij ons zucht naar het beheersbaar maken van risico’s. De mogelijkheid van een risico, inclusief de mogelijkheid tot het mogelijk verantwoordelijk gehouden worden voor een situatie waarin het bij uitzondering mis kan gaan, is inmiddels uitgegroeid tot een stevig afbreukrisico. Voor individuele burgers, professionals, politici en het stelsel als geheel. Het gevolg? Wij vertalen de angst in meer regelgeving, toezicht en controle. En creëren daarmee niet zelden juist die situaties die wij nu beoogden te vermijden.

Bij tijd en wijle realiseren wij ons dat wij zijn doorgeschoten. Worden er door de regelgevende overheid initiatieven, gericht op deregulering ontplooit. Deze pogingen blijken eerder te ontregelen dan te ont-regelen. Zo leert ons de praktijk. Recentelijk nog stopte een zorgaanbieder met regelarme zorg. Reden: de daaraan verbonden regelgeving!

De overheid is gewend om te sturen. En dat doet zij met regels. Ook bij de ombouw van onze verzorgingsstaat naar een zorgzame en participerende samenleving. De regelgeving en de manier waarop daarmee word omgesprongen, is daarbij een van de problemen. Het gaat om een cultuuromslag, die bereik je niet met meer regelgeving. Meer regelgeving schept een claimcultuur. Als de overheid taken afstoot of weglegt bij anderen, dan vraagt dit naast een ragfijn samenspel om ruimte. Maatwerk, en – in wederkerigheid – verantwoording daarvan biedt daarvoor een gezonde(re) grondslag. En dat, dat is vooral een kwestie van durven en doen. Van lef dus. In het weten dat te ver gaan misschien wel onhandiger is dan tekort schieten.