• All-inclusive wordt pechhulp
De discussies over de omvorming van ons sociale zekerheids- en zorgstelsel is als een land van enorme tegenstellingen. Deze spitst zich in toenemende mate toe op een – volgens mij misverstane – tegenstelling met betrekking tot de rol van de overheid. Een misverstand dat vooral lijkt voort te komen uit de daarbij betrachte labeling van de beweging: van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Het antwoord? Gebundelde krachten!
Begin oktober 2013 werd ‘Sociaal-doe-het-zelven’ gepresenteerd. Het nieuwe boek van (wethouder) Pieter Hilhorst en (publicist) Jos van der Lans. Hierin geven zij hun visie op de participatiesamenleving. Het boek krijgt de nodige aandacht. Logisch. Want het gedachtegoed van de participatiesamenleving staat in het brandpunt van de belangstelling. Mede door opmerkingen daarover in de Troonrede (Prinsjesdag 2013) van dit jaar.
Een kleinere overheid en meer verantwoordelijkheid voor burgers. Zo zou je de participatiesamenleving, één van de stokpaardjes van het kabinet Rutte, kunnen samenvatten. Hetgeen tussen voor- en tegenstanders al gauw verwordt tot een zwart-witkeuze vóór of tegen de verzorgingsstaat. Vóór of tegen de participatiesamenleving. Waarbij de indruk wordt gewekt dat de verzorgingsstaat oud-denken is, en de participatiesamenleving iets geheel nieuws. Onzin natuurlijk. Want de participatiesamenleving ís er al. Nederland is bijvoorbeeld kampioen vrijwilligerswerk.
Vlak voor de boekpresentatie hoorde ik een radio-interview met Pieter Hilhorst. Tijdens dat interview besefte ik – duidelijker dan daarvoor – dat het begrip ‘eigen kracht’ onbedoeld bijdraagt aan deze polemiek. Bij de omvorming van ons sociale zekerheids- en zorgstelsel wordt die term te pas en te onpas gebruikt. Ook door mijzelf. Mede daardoor stuit ik niet zelden op argwaan. ‘Eigen kracht’ wordt al gauw gezien als een excuus om weg te kijken als mensen het op eigen kracht niet redden.
Hilhorst en Van der Lans leggen in hun boek ‘Sociaal-doe-het-zelven’ uit dat de participatiesamenleving geen excuus is of mag zijn om weg te kijken van mensen die hulp nodig hebben. Waarmee zij de hedendaagse zoektocht van veel gemeentebestuurders extra reliëf én perspectief bieden.
In de vele gesprekken die ik rond de omvorming van ons sociaal domein mag voeren met gemeentebestuurders, ambtenaren en uitvoerende professionals, ligt dáár de focus: wij willen en kunnen als professionals, overheid en samenleving niet achterover leunen. Tegelijkertijd is er een geloof in de spankracht en creativiteit van mensen.
Actieve betrokkenheid van inwoners leidt in dat perspectief tot een ándere verzorgingsstaat. Een, waarbij de doorslag naar een ‘all-inclusive’ houding zich omvormt naar pechhulp. En precies daarover gaat de verzorgingsstaat. Het bieden van zekerheid aan mensen die kwetsbaar zijn. De participatiesamenleving komt dus niet in de plaats van de verzorgingsstaat. Het is een methode voor de invulling van een houdbare verzorgingsstaat.
Een all inclusive verzorgingsstaat betekent zorgeloos genieten. Met – in extremo – de staatskas als blanco checkboek voor alle uitgaven. Zo een verzorgingsstaat is financieel onhoudbaar gebleken. En inhoudelijk onwenselijk. Niet in de laatste plaats ook, omdat mensen van nature zoeken naar een eigen invulling van hun (on)mogelijkheden en daarbij passende wensen. Een houding waarin wij, juist door het gegroeide all-inclusive karakter van de hedendaagse verzorgingsstaat, wellicht zelfs zijn doorgeschoten. Het individualisme versus de gemeenschap.
De verzorgingsstaat staat voor een samenleving die zaken kant-en-klaar (en all-inclusive) regelt. Waarbij alleen vaklui beschikken over de vaardigheden, gereedschappen en leveranciers om het werk uit te voeren. Sociaal doe-het-zelven of ‘klussen’ staat voor een creatieve of constructieve activiteit die door de mensen zelf wordt gedaan. In ons dagelijks leven gaan beide bewegingen – welhaast als vanzelfsprekend – hand in hand.
Sociaal doe-het-zelven gaat dus niet over de vervanging van de verzorgingsstaat. Het gaat – zoals de Heerlense burgemeester Depla bepleit – om de geactiveerde burger. Het gaat over een overheid die dichtbij mensen durft te opereren, zonder hen direct alles uit handen te willen (of te hoeven) nemen. De roep om een participatiesamenleving vraagt dus niet om een overheid die de wijk neemt. Het vraagt om een overheid die invoegt en aansluit op de (on-)mogelijkheden van de mensen zelf.
Zo bezien is de overheid (en dat zijn wij per saldo met zijn allen) dus geen all-inclusive touroperator maar een pechdienst: een organisatie die bijspringt als dat nodig is. En, in bijzondere gevallen ontzorgt. Door de dienst (tijdelijk) over te nemen. Hilhorst duidde de overheid in dat verband in het eerder aangehaalde interview dan ook als ‘pechdemper’.
Luisterend naar Hilhorst realiseerde ik mij dat ‘eigen kracht’ zo bezien wellicht – en onbedoeld – een ‘doorgeschoten’ label is voor de brug die wij zoeken. ‘Eigen kracht’ is misschien wel een te individualistische term voor de beweging die wij willen. Een die, voor je het weet, verwordt tot een ‘je kunt het zelf wel’ of ‘u redt zich er maar mee’. Waarmee het gevaar van een ‘ieder voor zich en (wie?) voor ons allen mentaliteit’ dreigt.
Het sociaal doe-het-zelven is een antwoord op een doorgeschoten – en door de zucht naar beheersing daarvan bureaucratische – verzorgingsstaat. De participatiesamenleving is daarvoor geen tegenhanger, maar een invulling. Bij sociaal doe-het-zelven gaan actieve burgers en een actieve overheid hand in hand. Het draait daarbij om de verbinding tussen beide zienswijzen. Een gezamenlijke zoektocht naar mogelijkheden om beter op elkaars verwachtingen in te spelen. Dat streven – een samenwerking tussen inwoners, professionals en overheden – vergt naast eigen kracht van ieder afzonderlijk vooral ook een bundeling van krachten. Samenkracht dus.
Het is een boeiende discussie. De zgn. participatiemaatschappij… het klinkt mooi vanuit een intellectueel perspectief…de mondige burger die zoals Hilhorst (terecht) zegt “op eigen kracht” ontwikkelt en, mooie term overigens, mee doet aan het sociaal doe het zelven. Eén aspect mis ik in de discussie anno 2013…..er zijn heel veel mensen die niet KUNNEN doe het zelven….ze willen wel, maar kunnen niet……en toch je beleid afstemmen op de grote groep. Het is een veramerikanisering van de samenleving die niet past in ons cultureel historisch perspectief, niet past in het model van onze westeuropese samenleving. Het leidt tot tweedeling, tot steeds meer mensen aan de kant en daar wringt de schoen. Deze hele discussie vindt plaats op het verkeerde moment. Participatiemaatschappij, prima…..maar dan alle actoren meedoen….dat betekent een overheid die wat mij betreft op intergemeentelijk niveau de zaken mag aanpakken, ruimte krijgt van het rijk !!!!, betekent dat ook de groepen die niet of nauwelijks genoemd worden mee gaan doen…..hoge inkomens leveren maar wat extra in, werkgevers gaan investeren in een sociale samenleving en krijgen daar ruimte voor en de rijksoverheid erkent dat haar grootste invloed voorbij is. Dan krijg je een model waar binnen ruimte ontstaat voor participatie van mensen, ook van mensen die niet zoveel kunnen.
Ik zie steeds meer theoretische discussies over de participatiemaatschappij. Maar de praktijk van alledag is toch dat er al veel gebeurt, en dat hoor ik niet terug. Hoe kan het immers zijn dat mantelzorg zo’n zware druk op mensen legt dat er een gereglementeerde escape moest komen in de vorm van respijtzorg, zodat mantelzorgers even op adem kunnen komen. En al die vrijwilligers die voetbalverenigingen etc. op de been houden. Kijk eens naar de vrijwilligersbanken en zie wat daar gebeurt. Misschien kan de (lokale) overheid nog meer coordineren en faciliteren, misschien nog meer de regie lokaal oppakken. Prima. Maar kom bij mij niet aan met de participatiemaatschappij waar nog zoveel geregeld moet worden of die zoveel anders zal zijn als we heden ten dage zien. Erg goedkoop en doorzichtig als je naar de verborgen doelstelling van onze rijksoverheid kijkt. Gewoon plat bezuinigen.
Soms bekruipt me het gevoel in de discussie dat sommige mensen echt terug willen naar die goede oude tijd. We leven niet meer in de tijd van de patriarchale grootfamilie of tribale gemeenschappen in de binnenlanden van Zuid Afrika. De westerse samenleving is echt wel wat anders geworden. Ik realiseer me dat ik even chargeer.